Ruimte geven om het anders te doen
Stefan van der Voorn, Contractmanager A16 Rotterdam Rijkswaterstaat
Een tunnel bouwen is complex. Veiligheid, techniek, regelgeving en betrouwbaarheid komen samen in één systeem. Juist daarom veranderen tunnels meestal stap voor stap. Bij de A16 Rotterdam gebeurde iets anders. Hier werd energieneutraliteit geen optimalisatie achteraf, maar het vertrekpunt van het ontwerp. Dat vroeg om andere keuzes en om ruimte om bestaande oplossingen te heroverwegen. Voor Stefan van der Voorn, contractmanager bij Rijkswaterstaat, lag daar een sleutelrol. Als vertegenwoordiger van de opdrachtgever moest hij die ruimte mogelijk maken én binnen Rijkswaterstaat ook creëren voor oplossingen die nog niet eerder waren toegepast. Zonder concessies te doen aan veiligheid en betrouwbaarheid.
Samen met bouwcombinatie De Groene Boog, waarin onder andere Mobilis en Croonwolter&dros verantwoordelijk waren voor het ontwerp en de realisatie van de tunnelinstallaties, ontstond een intensieve samenwerking. Binnen die samenwerking benutte Croonwolter&dros de ruimte om nieuwe technische oplossingen toe te passen en energieneutraliteit vanaf het ontwerp mogelijk te maken. Zo groeide het project uit tot een voorbeeld waarin opdrachtgever en markt samen innovatie realiseren. Volgens van der Voorn begint die innovatie niet alleen bij techniek: “Het begint bij de ruimte om het anders te durven doen.’’
Innovatie begint niet alleen bij techniek, maar bij de ruimte om het anders te durven doen.
Stefan van der Voorn, Rijkswaterstaat
Je bent contractmanager namens Rijkswaterstaat bij de A16 Rotterdam. Wat houdt jouw rol in?
“Als contractmanager vertegenwoordig je de opdrachtgever in het project. In dit geval was dat Rijkswaterstaat. Ik heb de opdracht gegeven voor de aanleg van de A16 Rotterdam. Het consortium De Groene Boog heeft zich daarop ingeschreven en het project uitgevoerd. Croonwolter&dros was daarbij verantwoordelijk voor het ontwerp en de realisatie van de tunnelinstallaties en speelde een belangrijke rol in het mogelijk maken van de energieneutrale oplossing. Mijn rol was om ervoor te zorgen dat het contract goed werd uitgevoerd, en dat we samen het project tot een succes konden maken.”
Wat maakte dit project voor jouw persoonlijk anders dan andere projecten?
“Vanaf het begin hebben we gezegd: dit project doen we samen. Niet ieder vanuit zijn eigen hoek, maar gezamenlijk kijken naar de uitdagingen. Een van die uitdagingen was energie. Rijkswaterstaat heeft veel tunnels en installaties en dus ook een grote energievraag. Dan ga je je afvragen: kan dat niet anders? Kan het niet zuiniger? Tegelijkertijd kwam duurzaamheid steeds nadrukkelijker op tafel. Zo ontstond de ambitie om een zo energiezuinig mogelijke tunnel te
bouwen, niet door alleen te optimaliseren maar door het bestaande ontwerp zelf ter discussie te stellen.”
Wanneer merkte je dat dit project echt bijzonder zou worden?
“Al tijdens de aanbesteding. Het consortium kwam met het idee om een gelijkstroomnetwerk toe te passen in de tunnel. Dat was nog niet eerder gedaan in Nederland, eigenlijk zelfs niet in Europa. Dan denk je eerst: interessant… maar kan het ook? We hebben het laten toetsen aan onze standaarden. Toen bleek dat het technisch mogelijk was, hebben we gezegd: dan gaan we het ook doen.”
Wat vroeg dit van jou als opdrachtgever om zulke innovaties mogelijk te maken?
“Je moet kritisch naar je eigen kaders durven kijken. De Landelijke Tunnelstandaard kende bijvoorbeeld geen gelijkstroom. Als je dat wilt toepassen, moet je dat eerst mogelijk maken binnen je eigen regels. Hetzelfde gold voor verlichting. Onze kaders waren nog gebaseerd op oudere technieken, terwijl je met LED veel slimmer kunt omgaan met licht en energiegebruik. Dus hebben we die uitgangspunten opnieuw tegen het licht gehouden. Zonder die ruimte hadden partijen als Croonwolter&dros deze oplossingen niet kunnen realiseren.”
Was daar extra vertrouwen voor nodig?
“Zeker. Als iemand met iets nieuws komt, wil je weten dat het werkt. Daarom hebben we het stap voor stap aangepakt. Eerst digitaal simuleren, daarna testen in de praktijk. Bijvoorbeeld met verlichting: wat gebeurt er als je het anders doet, en blijft het veilig? Toen we zagen dat theorie en praktijk overeenkwamen, konden we die stap zetten.”
Hoe zou je de samenwerking tussen Rijkswaterstaat en De Groene Boog omschrijven?
“Als echt samen optrekken. Het consortium kreeg veel ruimte om het ontwerp te maken. Zij hadden integrale verantwoordelijkheid voor ontwerp, realisatie en 20 jaar onderhoud. En dat was logisch, want er zat veel ervaring in het team. Die expertise is benut om tot een ontwerp te komen dat niet alleen nu goed werkt, maar ook op de lange termijn veilig, betrouwbaar en beheersbaar blijft. En goed te onderhouden is voor de komende 20 jaar.”
Was dit meer dialoog dan traditioneel contractmanagement?
“Ja, dat denk ik wel. We hadden een gezamenlijke ambitie en een duidelijke stip op de horizon. Dan ga je anders met elkaar om. Er was openheid om dingen te bespreken en samen naar oplossingen te zoeken. Dat helpt enorm in zo’n project.”
Was er een moment waarop je dacht: dit gaat echt lukken?
“Tijdens de testperiode. Toen merkten we dat alles werkte zoals bedoeld. Geen grote verrassingen meer. Dat geeft vertrouwen. Dan weet je: we zitten op de goede weg.”
Waar ben je het meest trots op als je terugkijkt?
“Op meerdere momenten, maar vooral op een moment vlak voor de openstelling. We hadden een ontbijt met zo’n driehonderd medewerkers en hun families. Iedereen zat door elkaar. Dan zie je wat zo’n project betekent en wat het heeft gevraagd. Dat was voor mij echt een moment van trots. Om aan onze families het resultaat samen te laten zien.”
Wat was het moeilijkste moment?
“De periode rond corona. Er gebeurde veel tegelijk, de druk op de planning was groot en er werkten meer dan duizend mensen op het project. Dan moet je elkaar vasthouden en vertrouwen houden dat het goed komt. We hebben samen oplossingen gevonden en het project toch op tijd kunnen afronden. Dat zegt veel over de samenwerking.”
Wat heeft dit project je geleerd als contractmanager?
“Dat er vaak meer mogelijk is dan je denkt, als je met de juiste mensen aan tafel zit. Het valt of staat met verbinding. Als een aantal sleutelfiguren elkaar weet te vinden en dezelfde kant op beweegt, kun je heel ver komen.”
Uiteindelijk valt alles of staat alles met vertrouwen tussen de mensen aan tafel.
Stefan van der Voorn, Rijkswaterstaat
Wat betekent dit project voor de toekomst van infrastructuur?
“Voor mij is dit een schoolvoorbeeld. Niet alleen het eindresultaat telt, maar ook de manier waarop je daar komt: samenwerken, kennis delen en samen verantwoordelijkheid nemen.”
Als je de A16 Rotterdam in één zin zou moeten samenvatten?
Hij glimlacht even. “Trots. Op het resultaat, maar vooral op de manier waarop we het samen hebben gedaan.”
Blijf op de hoogte, schrijf je in!
Mis niets van de innovaties en projecten die Nederland in beweging houden. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Croonwolter&dros en kijk met ons mee naar de wereld van morgen.
Meer weten over de technische keuzes en samenwerking achter dit project?
Bekijk het project A16 Rotterdam op het impactplatform 'Verhalen van Vooruitgang'.